Omdat taal en tekst niet alleen beroepsmatig heel interessant is, schrijft Het Taallokaal ook in ‘eigen tijd’ stukjes. Soms met diepgang, soms over niks. Maar altijd vanuit een passie voor taal.
De New Yorkse artiest Michael Chase DiMartino is een buitenbeentje in de wereld van de popmuziek. Hij is doventolk en raakte bekend door hits van onder meer Lady Gaga, Britney Spears en Busta Rhymes in gebarentaal te brengen. Zijn droom? Een stadion vol horende en halfhorende mensen die gezamenlijk van muziek genieten. Chase zette videofilmpjes online waarin hij op een creatieve manier de gebaren in zijn choreografie integreerde. (Bron: Onze Taal)
Het zou een schande zijn. Campagneposters voor de gemeenteraads-verkiezingen in het Turks of Arabisch. Partijen hebben het leren van de Nederlandse taal hoog in het vaandel staan, maar spreken hun kiezers toe in eigen taal. Een onwenselijke situatie, aldus de landelijke politiek. Tja, dat Den Haag deze maand op oorlogspad is, weten we nu wel.
'Het begint met taal', is de slogan van de VROM-campagne en de stellige overtuiging van minister Van der Laan. Een goed uitgangspunt. Zonder taal geen communicatie. Maar sinds wanneer is de slogan 'Het begint met één taal'? Waarom zouden allochtonen náást het Nederlands niet ook hun eigen taal mogen behouden? Ik ken niemand die maar één taal spreekt.
Of het nu om landelijke, gemeentelijke of provinciale verkiezingen gaat, de opkomst is altijd een probleem. Mensen weigeren te stemmen. Maar vooral de allochtone Nederlander. Dit keer is de verwachting dat slechts 34 procent van deze groep naar de stembus gaat. Een ernstige zaak, zo wordt de politiek nooit een goede volksvertegenwoordiging.
Vandaar dat gemeentelijke partijen alles op alles zetten om hun doelgroep alsnog te bereiken. In hun moederstaal. En niet de taal die velen van hen nog aan het leren zijn. De VROM-campagne loopt pas 1,5 jaar. Knappe kop die zo snel het Nederlands leert en wollige verkiezingsteksten weet te doorgronden. Gemeentelijke partijen erkennen de meertaligheid van onze inwoners. Nu de landelijke politiek nog.
“Nu ben ik echt goed over de zeik”, mompelt hij vanuit zijn rolstoel. Ik moet me voorover buigen om hem te kunnen verstaan. In de twee weken dat we nu dagelijks naar het ziekenhuis afreizen is het zijn allereerste volledige zin. Geen gebrabbel of onsamenhangende woorden. Nee, een pracht van een zin. “Hoorden jullie dat?”, roep ik blij terwijl ik om me heen kijk in de troosteloze, witte gang. Aan het plafond flikkert zachtjes een tl-buis. En aan het einde van de gang zie ik nog net de zwart-witte gymp van Jochem de hoek om gaan. Teleurgesteld laat ik mijn schouders zakken. Zonder bondgenoten voelt een triomf niet half zo goed.
Ik kijk naar de rolstoel maar zie dat hij half in slaap gedommeld is. Kan iemand werkelijk zo snel een frustatie vergeten? Niets voor hem. Ik geef een voorzichtige duw vooruit en denk terug aan het leven van voor 17 februari. Aan hoe hij altijd met rode konen en drukke gebaren het huis binnen kwam stormen. Jarenlang vertelde hij zijn eindeloze verhalen alsof zijn leven ervan af hing. Gierend van de lach belde hij me op om een stripje uit de krant voor te lezen. Wie had ooit kunnen denken...
“Cola”, hoor ik nu en terwijl ik door mijn hurken ga, maak ik me op voor het geijkte woordspelletje.
“Wil je cola of chocolademelk?”, vraag ik. “In cola zitten bubbels.”
“Nee, geen bubbels. Cola. Cola met koek", herhaalt hij zonder uitdrukking op zijn gezicht.
“Okee, dus je hebt dorst én honger. Bedoel je dat je chocolademelk wilt met een zakje chips?”
Hij knikt tevreden.
Uit een kamer even verderop hoor ik de zuster roepen dat ze nu tijd hebben hem weer terug in bed te leggen. Mijn oog valt op de ouderwetse klok boven het trappenhuis. Tien over half acht. Normaal gesproken ligt hij om zeven uur allang onder zeil. Zou dat soms zijn bron van frustratie geweest zijn? Terwijl ik hem snel vooruit duw, valt zijn arm van de leuning en blokkeert deze het wiel van de rolstoel. Verschrikt kijk ik naar hem. Zonder een greintje pijn op het gezicht kijkt hij terug. Zijn rechtermondhoek hangt er verloren bij. Wat had ik nu graag die prachtzin opnieuw gehoord.
Tekstschrijver van beroep of niet. Na 'Taal is zeg maar echt mijn ding' van Paulien Cornelisse gelezen te hebben, blijf je een voorliefde houden voor taalkronkels. Vandaar dat ik het archief van Taalpost in gedoken ben voor een aantal kronkels uit de oude doos:
Aanbiedingen:
- Gevulde tomaten
- Gevulde artishokken
(Bron: bordje in café)
Zaterdag 21 januari j.l. heeft een aanrijding plaatsgevonden op het Kerkplein in Markelo tussen de kerk en bakker Meinders.
(Bron: Hofweekblad)
Wijn werkt aan een wetsvoorstel dat hij, in navolging van een reclamespotje, de Paarse Krokodil heeft gedoopt. Hierin wil hij allerlei maatregelen stoppen die de bureaucratische rompslomp moeten verminderen.
(Bron: Nu.nl)
Eindelijk is er iemand gepromoveerd op een onderzoek naar de teksten op muren van toiletten. Katrin Fischer (32) is studente aan de Universiteit van Bonn en schreef haar proefschrift over dat soort krabbels. En wat blijkt? Op het damestoilet kunnen we lezen over rationele problemen en vragen vrouwen advies van andere bezoekers. Mannen voelen vaker de behoefte zich agressief te uiten op de muren van de wc door bijvoorbeeld hakenkruizen te tekenen. (Bron: nrc.next)
De wekkerradio sloeg aan. De bekende nieuwslezer las zijn berichten voor. Soezend draaide ik me nog even om. "Martin Bril is gisteren in zijn woonplaats Amsterdam overleden", sprak de man. Mijn ogen gingen in een ruk open. "Ohhh, wat erg", was het enige dat ik kon zegen. Iedereen wist dat hij ziek was. Maar zo ziek dat hij van de ene op de andere dag niet meer van rokjes kon genieten? Dat wist ik niet. "Ohhh, wat erg", herhaalde ik nog een keer. Ik dacht terug aan die keer dat ik meneer Bril 'live' had meegemaakt. Bij een opname van De Wereld Draait Door. Hij zat toevallig naast me. Maar ik durfde hem natuurlijk niet aan te kijken. Daar was ik te bang voor. Een collega van me sprak hem aan. "Meneer Bril, uw kraagje zit niet helemaal goed", zei hij. Geschrokken staarde ik mijn collega aan. Hoe durf je dat te doen?!, dacht ik. Iemand als Bril weet toch wel hoe zijn colbertje moet zitten? Maar de collega had gelijk, het kraagje stond iets omhoog. In spanning keek ik naar het gezicht van meneer Bril. Wat zou hij doen? Mijn collega een verwaande blik geven? Doen alsof hij het niet gehoord had? "Oh, echt? Bedankt!", sprak Bril oprecht. Hij sjorde wat aan zijn kleding. "Zo wel goed?", vroeg hij wat onzeker. Ongegeneerd staarde ik meneer Bril nu aan. Onzeker? Deze robuuste man die intens goed kon schrijven? En ineens drong het tot me door. Iemand die zo menselijk schrijft als Martin Bril moet wel een menselijk mens zijn. En menselijke mensen kom je - gek genoeg - maar zelden tegen.
Nu is er eentje dood. Wat een gemis.
Een regisseur met teveel vrije tijd knipte het afgelopen jaar alle scheldwoorden uit de maffiaserie The Sopranos. Nu bestaat de serie wel uit 6 seizoenen en 86 afleveringen maar dat het scheldwoordenplakwerk maar liefst 27 hele minuten beslaat, is natuurlijk waanzin. Wel grappig om te zien natuurlijk.
Over de effecten van de kredietcrisis voor de zelfstandige zijn de meningen verdeeld. Denkt de een dat zzp'ers als eerste getroffen worden, de ander is er stellig van overtuigd dat freelancers juist aan het langste eind zullen trekken. Ik behoor tot de positievelingen: moeilijke tijden bieden naar mijn idee kansen. Maar het is van groot belang je markt te kennen en te weten wat de potentiële opdrachtgever belangrijk vindt.
Wist jij bijvoorbeeld dat uitgevers maar liefst 29 procent van hun werkzaamheden uitbesteden aan externe partijen? Dat meer dan de helft (54 procent) wel eens een freelancer inhuurt voor het schrijven van teksten? Dat uitgevers het niet halen van deadlines, slechte prijsafspraken en slechte communicatie de belangrijkste nadelen van externen vinden? En dat slechts 6 procent een vast netwerk van freelancers heeft?
Het is weer dé tijd van het jaar: jaarboeken worden geschreven, tv-programma's blikken terug op feestelijke hoogte- en genante dieptepunten en - last but not least - wordt het Woord van het Jaar gekozen. Dit keer zijn de tien genomineerden: bankendomino, duyvendakken, gastroseksueel, hufterindex, slaaprijden, smirten, swaffelen, wiiën en zweef-tv. Tuurlijk, van levensbelang is het niet maar de verkiezing van Genootschap Onze Taal, De Pers en Van Dale Uitgevers blijft een leuk, jaarlijks initiatief. Wat is jouw favoriet?
Update: met 57 procent van de stemmen is 'swaffelen' helaas het woord van het jaar geworden. Mijn favoriet behaalde slechts een magere 4 procent en maakte geen schijn van kans tegen de stemterreur van Geen Stijl.
Zelfs de 'professionals' maken er wel eens een potje van. Taalpost zette een aantal taalkronkels op een rijtje:
In 2007 trad Katie Melua voor het eerst op tijdens het North Sea Jazz te Rotterdam, evenals in 2008.
(Veronica Magazine)
Pubers drinken drie keer zoveel alcohol als hun ouders denken.
(Blikophetnieuws.nl)
Er worden verschillende woning-typen gebouwd, zoals groepswoningen (ook in minder valide uitvoering).
(Advertentie in NRC Handelsblad)
Er is een trend gaande van het strafrecht naar het bestuursrecht bij het aanpakken van overlastproblemen door burgemeesters.
(NRC Handelsblad)
Nog een kleine week te gaan voor de nieuwe president van Amerika gekozen wordt. De spanning is te voelen en ook in de onderzoeks-publicaties is de verkiezing ondertussen een gewild onderwerp. De meeste Nederlanders zien het liefst Barack Obama in het Witte Huis. EénVandaag en De Pers onderzochten daarom wat de Nederlandse Obama-fan nu eigenlijk van zijn standpunten weet. Vrij weinig, zo blijkt.
Hij wordt veel te progressief door ons ingeschat.
78 Procent van de Nederlanders denkt dat Obama tegen de doodstraf is en 62 procent meent dat hij het homohuwelijk steunt. Ook denkt 56 procent dat de Democratische presidentskandidaat tegen particulier wapenbezit is. In werkelijkheid is Barack Obama voor de doodstraf en het recht op wapenbezit en tegen het homohuwelijk. Vond jij het ook zo koud op de kermis?
Wie regelmatig op de sociale nieuwssite NUjij.nl of 'normale' nieuwssite Telegraaf.nl rondstruint, is het vast al eens opgevallen: de scheldkanonnades vliegen je om de oren. Dagblad Trouw onderzocht dit fenomeen en kwam tot een opmerkelijke conclusie: Nederlanders reageren harder en platter op nieuwssites en fora dan inwoners van andere Europese landen. Online schelden is iets typisch Nederlands!
In Duitsland blijkt op nieuwsfora zelden gescholden te worden op politici of allochtonen en beginnen de meeste mensen hun reactie netjes met geachte heer of mevrouw. Bedreigingen en manipulaties komen daar bijna niet voor.
In Frankrijk is de toon harder dan bij de Duitsers, maar blijkt men beter te argumenteren. De Franse deelnemer aan nieuwsfora verwijst in zijn reactie graag naar de zogenaamde grote denkers.
Hoogleraar cultuursociologie Dick Houtman verklaart het Nederlandse online wangedrag als volgt: "De sterke nadruk op individuele vrijheid en met name de vrijheid van meningsuiting verklaart de harde toon in Nederland. Iedereen kent het liedje wel over dat ’land wars van betutteling’ waar ’geen uniform heilig is’. Waarnemers uit andere landen beschouwden Nederlanders eeuwen geleden al als lomperiken en botteriken." Ai.
Jaarlijks brengt TNS NIPO in opdracht van de Bond tegen het vloeken de omstreden Vloekmonitor (pdf) uit. Alhoewel het onderzoek mij telkens weer op de lachstuipen werkt, is een jaarlijkse toename van publiekelijk gevloek natuurlijk een treurige zaak. Zeker als het kinderzenders betreft. Zo zou Nickelodeon maar liefst 2,1 grove uitingen en gevloek per uur bezigen. Althans, dat geloofden we een half jaar lang. Nu blijkt dat het gerenommeerde onderzoeksbureau een rekenfoutje maakte: de hoge cijfers van Comedy Central (dat halverwege het jaar op dezelfde zender ging uitzenden) zijn er bij opgeteld. Zomaar een verdubbeling van het daadwerkelijke aantal vloeken dus. Weer een zorg minder.
De Olympische Spelen zijn in volle gang en ook onder de thuisblijvers begint deze zomer voor de tweede keer langzaam het oranjegevoel te kriebelen. Zoals altijd startten wij Hollanders wat sceptisch en het heeft dan ook even geduurd voordat we massaal in het Chinese avontuur geloofden. Want zeg nu zelf, ging jij ervan uit dat het in de lucht schieten van zout (of eigenlijk zilverjodide) er echt voor kon zorgen dat de regen niet met bakken uit de hemel zou komen tijdens de openingsceremonie?
Raketten met zout zijn echter niet de enige Chinese actie die ons de wenkbrauwen doet fronsen. Dat Chinezen de westerse taal niet altijd juist kunnen uitspreken is bekend, maar namen blijven namen zou je denken. Niets is minder waar: namen worden eerst in het Chinees vertaald om vervolgens op onherkenbare wijze uitgesproken te worden. Zo blijkt Royston Drenthe in China eigenlijk 'De Lun Te' te heten, wordt Foppe de Haan 'Febo de Han' en kent Piet Velthuizen zichzelf vast niet terug in 'Wei Er Tu Cen'.
Bijna iedereen heeft wel eens een brief van de overheid ontvangen waar geen kaas van te maken viel. Neem bijvoorbeeld een bouwvergunning: pure abacadabra voor mensen die niet op de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente werken.
Gelukkig dringt dit besef ook door in de ambtenarij. Zo las ik deze week in het nieuws: 'Ambtenaren krijgen voortaan bijles in eenvoudig schrijven'. Ambtenaren blijken op grote schaal bijles te krijgen om te leren hoe ze brieven in begrijpelijk Nederlands aan burgers moeten sturen. Hoe lullig dit ook klinkt, het blijkt broodnodig want uit onderzoek werd duidelijk dat maar liefst twee op de vijf Nederlanders een ambtelijke brief voor 80 procent niet begrijpt. Je leest het goed: bijna de helft van de ontvangers snapt er dus nagenoeg niks van! Nog een wonder dat onze maatschappij draait. Of hebben we de overheid daar soms niet bij nodig?
Zelf ben ik alweer een flink aantal jaren gestopt met roken. Toch kan ik me goed voorstellen dat de gemiddelde roker niet blij wordt van het naderende rookverbod. Het verbod heeft echter, naast een schonere omgeving, een groot, bijkomend voordeel: het kan wellicht het hoge aantal singles in Nederland terugdringen.
Uit onderzoek van relatiebemiddelingssite Parship.nl onder 2.443 leden blijkt namelijk dat rokers minder kans hebben op een relatie. Maar liefst een kwart van de singles heeft bezwaar tegen een rokende date. Van de huidige rokers ziet echter 12 procent het rookverbod als een aanleiding om te stoppen met roken, en dat biedt natuurlijk kansen.
Vandaag is het eindelijk zover: ons team komt in actie. Half Nederland heeft - op kantoor of in de kroeg - zijn geld al vol enthousiasme ingezet op een voorzichtige 0-0 of misschien een optimistische 1-0. Maar ik wil er flink wat om verwedden dat de titel van de weddenschap foutief geschreven was. Zelfs de kranten stappen met open ogen in de taalvalkuil: het is geen EK-poule maar EK-pool als we het hebben over het wedden op de wedstrijduitslagen.
Letterlijk geeft Van Dale namelijk de volgende uitleg:
pool [pu:l, pul] (dem; meervoud: pools)
systeem van wedden over de uitslag van een sportwedstrijd
pou·le [pul] (de; meervoud: poules)
(sport) aantal ploegen die naar krachtsverhouding of loting zijn ingedeeld
Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het tot vorige week ook niet wist.
Het Vlaamse vakblad Over taal verwonderde zich over grappige namencombinaties in het Nederlandse taalgebied en zette de leukste, lulligste en lachwekkendste combi's op een rijtje (pdf). Zo zijn er de namen die gedeeld worden met beroemdheden, zoals Jimmy Hendrickxen of Bob Dillen. Maar ook degenen die lolbroeken als ouders hadden, zoals Donald Duk uit Den Haag. Een andere categorie zijn de namen die bedoeld of (laten we hopen) onbedoeld een woord opleveren, zoals Beau ter Ham en Aart Beijen. Telefoonlijsten kunnen bovendien een probleem opleveren voor mensen die Sjarrel Ex of Pieter Enis heten zodat de combi initiaal-achternaam weer een totaal nieuwe associatie oplevert. Kortom, de boodschap is duidelijk. Aanstaande ouders, jullie hebben negen maanden de tijd om een naam te bedenken. Gebruik die ook!
Over het algemeen ben ik geen ultieme 'early adopter'. Nieuwe producten of technologieën slaan bij mij vaak pas na een tijdje aan. Een e-book? Nog geen behoefte aan. Twitteren? Mij niet gezien. En of de iPhone nu dit jaar of volgend jaar op de Nederlandse markt verschijnt: ik lig er geen nacht wakker van. Maar als ik eenmaal om ben, ja dan kan ik ook ineens niet meer zonder. Gelukkig is mijn verslaving vaak al mainstream tegen de tijd dat ik met een trend meega. En dat heeft regelmatig z'n voordelen.
Zo reisde ik vorige week met de Thalys richting Parijs. De laptop ging vrolijk mee onder het mom 'zo'n internationale trein bezit uiteraard Wifi voor alle zakelijke reizigers'. En inderdaad. Op de heenreis heb ik mooi nog een flink aantal uurtjes kunnen werken.
Op de terugreis echter raakte ik hevig gedesillusioneerd: wat ik ook probeerde, ik kon geen verbinding bemachtigen. Urenlang staarde ik vervolgens uit het raampje, me afvragend waarom mijn laptop me in de steek liet.
Maar wat schetste gisteren mijn verbazing? NU.nl kopte Internetten in de Thalys: '6 van de 26 treinen zijn nu voorzien van Wifi, de rest volgt deze zomer'. Mijn verbinding op de heenreis was dus een klein gelukje. Ik ben mijn tijd ver vooruit.
Elke maand bespreekt Het Taallokaal in IK Magazine een aantal interessante mediapublicaties: van boeken en krantenartikelen tot weblogs en tv-uitzendingen. In de maartuitgave van het blad was onder andere het boek 'Nieuwsgierig leiderschap' van Willem Verbeke aan de beurt:
'Spiegelneuronen, dopamine, endorfine, serotonine of oxitocine komen niet vaak aan bod in een betoog over leiderschapseigenschappen of –stijlen. Gedrag heeft echter maar al te vaak (mede) een neurologische achtergrond. In zijn boek 'Nieuwsgierig leiderschap' verbindt Willem Verbeke met gemak de vakgebieden psychologie, filosofie, economie en neurologie aan elkaar in een uiteenzetting over de intrigerende persoon achter nieuwsgierig leiderschap. Met als resultaat een interessant en prettig leesbaar geheel. ...'
Het blad IK Magazine is ook online te lezen. Hier kun je het vervolg van deze boekrecensie en de andere mediabesprekingen van die maand lezen op pagina 14 en 15.
Als ik de lift binnenstap moppel ik meestal wel een kleine 'hallo', al is het vooral uit gene dat je samen zo'n kleine ruimte moet gaan delen de komende paar minuten. Ik ben gelukkig echter niet de enige: maar liefst 80 procent van alle Nederlanders groet zijn of haar liftgenoten.
Maar daar houdt het niet bij op. Zo'n driekwart van de mensen begint wel eens een praatje met een onbekende en 64 procent van de Nederlanders reageert positief als een vreemde hem of haar aanspreekt. Het valt dus nog wel mee met het individualisme in Nederland, concludeert MIND magazine na onderzoek. Toch vindt 70 procent dat mensen meer interesse moeten tonen in elkaar. 36 Procent zou nog vaker een praatje met een vreemde willen maken. Er zijn grenzen, denk ik dan.
De wetenschap onderzoekt regelmatig onzinnige dingen. Maar een onderzoek over onzin, dat is iets nieuws. Taalkundige Wim Peeters promoveert vandaag aan de Universiteit Leiden op gezwets, geroddel, zinloos praten, bullshit, of zoals hij het zelf onomwonden noemt: 'gelul'. Volgens Peeters is kletspraat typisch een probleem van de moderne tijd. De opkomst van massamedia maakt het ondoorzichtig wie er recht van spreken heeft en wie niet. Controle op alle uitspraken is nagenoeg onmogelijk geworden.
Maar is gezwets alleen als een negatief fenomeen te bestempelen? 'Nee', zegt Peeters, 'spreken zonder gezwets is onmogelijk. Geklets is het afvalproduct van onze taal, dat zichzelf recyclet en noodzakelijk is om de taal te kunnen vieren. We zouden wat meer moeten genieten van gezwets.' En daar heeft de man natuurlijk gelijk in. Stel je eens voor dat er in de kroeg alleen maar nuttig gesproken zou worden.
Bij de supermarkt, kapper of bank krijg je steeds vaker een heus magazine in je handen gedrukt. Zelf ben ik - uiteraard - altijd dol op dit soort cadeautjes, maar wat is nu eigenlijk het effect van relatiemagazines? Cendris deed er onderzoek naar zoals deze maand te lezen valt in Tijdschrift voor Marketing, het moederblad van 'ons magazine' Marketing ResearchBase. En wat blijkt? Lezers van sponsored magazines hebben een sterkere relatie met de bedrijven die deze bladen uitbrengen dan niet-lezers.
Niet alleen wordt het bedrijf achter de magazines aantrekkelijker gevonden, lezers zijn aanmerkelijk tevredener, hebben meer vertrouwen, ervaren een sterkere band, zijn meer bereid de relatie voort te zetten, staan minder open voor alternatieve aanbieders, zijn minder gevoelig voor prijs én zijn meer bereid het bedrijf bij anderen aan te bevelen. Kortom, waarom hebben niet veel meer bedrijven een eigen uitgave?
Mocht je binnenkort overigens bij de kapper zitten: Het Taallokaal verzorgde tekst en redactie voor de lente-uitgave van het seizoensblad van HAIRMAXX.
Belgen praten gemiddeld met 12 verschillende personen per dag. Italianen hebben flink meer contacten (20), terwijl Duitsers juist wat minder sociaal zijn (8). Wat wij Nederlanders dagelijks precies doen, vermeldt De Morgen jammer genoeg niet maar duidelijk wordt wel dat we 'beter presteren' dan de Belgen. Of eigenlijk: 'gevoeliger zijn voor infecties'. Want deze resultaten komen uit een onderzoek naar de verspreiding van infectieziekten door de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt.
Uit de studie blijkt dat zeven op de tien persoonlijke ontmoetingen langer duren dan een uur. Driekwart van de eerste ontmoetingen duurt echter korter dan 15 minuten. Een ontmoeting werd door de wetenschappers gedefinieerd als een conversatie van minstens 3 woorden of een aanraking van de huid. Regelmatig boodschappen doen of in een overvolle trein rondmanoeuvreren kan je daggemiddelde dus aardig opkrikken.
Inwoners van Zeeland, Friesland en Limburg herken je zo. Niet aan het uiterlijk of het karakter, maar aan de naam. Stelt iemand zich voor als Marinus, Johannes, Cornelis of Jacobus dan is de kans groot dat deze jongen uit Zeeland komt. Topnamen als Cornelia, Adriana, Elisabeth en Neeltje komen in het hele land nauwelijks voor, behalve in Zeeland. Daar zijn ze nog steeds immens populair, aldus onderzoek (pdf) van de Sociale Verzekeringsbank. Friesland kent zijn eigen Friese namen zoals Jesse, Hidde, Jelmer, Jelte en Jorrit voor jongens en Nynke, Silke, Fenna en Fardau voor meisjes. Terwijl in Limburg vooral namen als Stan, Raf en Floor vaak voorkomen. Wat de populairste jongensnaam van Zuid-Holland is? Mohammed.
In feite viel helaas buiten de prijzen maar Sync.nl sleepte gisteren de Dutch Bloggie in de categorie Techniek en Wetenschap binnen. Al met al een leuke avond. Het was grappig om eens wat gezichten achter blogschrijfsels te zien. De blogger achter Bijzinnen.com blijkt bijvoorbeeld helemaal geen oudere man van achter in de veertig te zijn. En ook Petra, het Meisje van de Slijterij, had ik me volkomen anders voorgesteld. Doet natuurlijk niks af aan hun stukken, maar toch. Het is een beetje de film zien van een boek waar je verknocht aan was.
Vanavond zijn de uitreikingen van de Dutch Bloggies, de jaarlijkse verkiezingen voor de beste weblogs van het land. Ook ik ben vanavond van de partij. Als trotse auteur kan ik namelijk melden dat zowel In feite (in de categorie Zakelijk) als Sync.nl (in de categorieën Zakelijk, Techniek en Wetenschap en Beste Weblog) op de shortlist staat! Volgend jaar ook Tekstzin...?
Boekrecensent Martin Ros, bekend van zijn jarenlange boekenrubriek op Radio 1, is weer van de straat. Boekhandelketen Selexyz vond Ros blijkbaar niet te oud. Vanaf aanstaande zaterdag mag hij wekelijks een online boekenprogramma verzorgen op de site van de keten. Dat men bij Selexyz niet heel goed is in het bedenken van leuke, aansprekende namen, blijkt ook nu weer. Het programma gaat heel verrassend 'De boeken van Martin Ros' heten en is elke zaterdagochtend vanaf 10 uur te beluisteren. Leuk initiatief van de keten, een goede manier om online publiek te trekken lijkt me!
Woordenboekenfabrikant Van Dale denkt ook aan de lageropgeleiden van ons land en kwam deze week met een woordenboek speciaal voor vmbo'ers en mbo'ers op de markt. Volgens de uitgever is de manier van uitleggen daarin (met voorbeeldzinnen en tekeningen) precies passend voor deze groep gebruikers.
Vermakelijk is echter de korte reportage van de NOS waarin vmbo'ers en mbo'ers gevraagd worden naar hun mening. Het enthousiasme spat er vanaf. En ook de geïnterviewde lerares Nederlands heeft er groot vertrouwen in: "... nu maar eens kijken of wij de leerlingen zo gek kunnen krijgen dat ze iets op gaan zoeken."
Al tijdenlang maakt Nederland zich zorgen om de groeiende ontlezing. De horror, jongeren zouden meer tijd aan tv besteden dan aan lezen. Logica CMG toont in recent onderzoek echter aan dat er wel degelijk gelezen wordt: de digitale generatie verwerkt maar liefst gemiddeld 80 mails en sms'jes per dag. Op hun 21e ontvingen Nederlandse jongeren in totaal al zo'n 250.000 mails en sms'jes. Bovendien hebben ze op die leeftijd al meer dan 3.500 uur op internet gesurft, aldus het onderzoek. Lezen is dus (nog steeds) aan de orde van de dag, alleen het medium is veranderd. Aan uitgeverijen is het dan ook de taak eens echt in te springen op deze verandering en het begrip ontlezing van de kaart te vegen. Aan de jongeren zal het niet liggen.
Afgestudeerde Australiërs nemen het niet zo nauw met hun taalgebruik in sollicitatiebrieven. Werkgevers klagen dat ze steeds vaker teksten ontvangen in sms-taal of gamejargon. Letters vervangen door cijfers, zoals een '3' in plaats van een 'e'? 'Aan de orde van de dag', aldus de gedesillusioneerde werkgevers. En dus worden er nu extra cursussen schriftelijke communicatie gegeven.
Maar is het probleem wel van taaltechnische aard? Ook de University of Technology in Sydney constateert een toename in het gebruik van populaire taal in werkstukken. Toch zegt men geen significant bewijs te hebben dat grammaticale vaardigheden aan het afnemen zijn.
Ik denk dan ook dat misplaatst taalgebruik in sollicitatiebrieven eerder een sociale misser is en te maken heeft met een verkeerde inschatting. Door de laagdrempelige manier van communiceren via sms en internet kan het goed zijn dat jongeren beleefdheid in taal niet meer goed aanvoelen. Om een connectie met iemand te krijgen, praten ze sneller in populaire taal. Daarbij niet snappend dat een potentiële werkgever niet diezelfde taal spreekt en er juist een afstand gecreëerd wordt.
Taal is, net als kleding en meubilair, onderhevig aan slijtage en trends. Niet alleen jongeren veranderen regelmatig van vet favoriete uitspraken, ook het bedrijfsleven rolt er behoorlijk wat uit. Tekstschrijvers zijn volgens Tekstnet, de beroepsvereniging van tekstschrijvers, trendwatchers bij uitstek en tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst brachten ze de taaltrends in kaart. Wat blijkt? De uitdrukkingen 'dat dan weer wel' en 'daar word ik niet blij van' kunnen echt niet meer!
Een delete-Top 5 laat de meest voorkomende taalfouten van dit moment zien. Op de eerste plaats komt 'het meisje die', gevolgd door 'hun hebben'. De vervelende trend van de afbraak van de overtreffende trap volgt op de derde plek: 'meer vervelend of meest erg'.
Tekstschrijvers hebben echter zelf een hand in de toelating van trends. Zo stelt Tekstnet dat sommige woorden wel getolereerd worden maar andere een brug te ver zijn. De toko laat een redacteur vrolijk staan terwijl de hut als metafoor voor een bedrijf kromme tenen geeft en vooralsnog verwijderd wordt. Misschien een kwestie van wennen?
De gratis online editie van Van Dale kampt met problemen en is sinds vrijdag offline, lees ik vandaag op NU.nl. Na de laatste update bleek het woordenboek ineens beledigende inhoud te bevatten: wie zocht op 'geitenneuker' kreeg de uitleg 'moslim' voor zijn kiezen. Volgens de woordvoerster het gevolg van een technische fout.
Knap gevonden deze fout, denk ik dan. Ten eerste: wie zoekt er nu in de online versie van Van Dale op de term geitenneuker om vervolgens beledigd te raken door het antwoord? Maar bovendien: hoe kan iets dergelijks nu een technische fout zijn? De woordvoerster legt uit dat de inhoud van het online woordenboek afgeleid is van een database met zoekwoorden. In die database zijn ook zogenoemde 'labels' opgenomen, die de uitleg bij een lemma van context voorzien. Bij 'geitenneuker' hoort het label 'beledigend', aldus Van Dale op NU.nl. Nu wilde het geval dat deze labels niet meer waren meegenomen na de laatste update. Tuurlijk, dat klinkt heel mooi en logisch. Maar de uitleg 'moslim' mag dus an sich wel? Die uitleg met vermelding van het label 'beledigend' is ineens niet beledigend?
Op zijn weblog Hardcopy laat David Brinks regelmatig ontzettend grappige taalmissers de revue passeren. Zo ook deze. Een briljante vergissing voor een wijnimporteur. En indirecte reclame voor alle tekstschrijvers in het land: laat je bedrijfsuitingen altijd, maar dan ook echt altijd, verzorgen door een professional. Voor je het weet spreek je de verkeerde doelgroep aan.
Het is vandaag een heuglijke dag. In Leiden is een heus 'Babylab taalverwerving' officieel geopend als onderdeel van de faculteit Sociale Wetenschappen. Cognitief psychologen en taalkundigen zullen daar onderzoeken hoe baby's mentaal grip krijgen op de wereld om hen heen. Dat gebeurt onder andere door de ontwikkeling van taal te vergelijken met de ontwikkeling van zang bij zebravinken(?). Hoewel de term 'babylab' ietwat eng aanvoelt, zal er geen gekloon of ander spannends plaatsvinden. Er zal zelfs geen zebravinkje te vinden zijn, want zoals de universiteit zelf fijntjes in haar persbericht stelt: 'De zebravinken worden overigens niet onderzocht in het Babylab. Dat gebeurt gewoon bij biologie.'
Het is een intrigerende baan, schoonmaakster zijn. Eigenlijk moet ik zeggen: hulp in huis. Of interieurverzorgster. Nou ja, zolang het maar niet beledigend overkomt. Het hebben van hulp bij het opruimen van je eigen troep blijft iets genants houden. In de documentaire 'De huizen van Hristina' (gisteravond uitgezonden door IKON) zie je veel van die onge-makkelijkheid terug. Niet alleen bij de rotzooimaker zelf, ook de jonge, Bulgaarse werkster voelt zich ongemakkelijk in haar rol. De documentaire is intrigerend. Nu, een dag later, schiet de blik van Hristina me nog steeds wel eens door de gedachten.
Aan de ene kant veracht ze haar eigen bestaan en haat ze de gevangenis van huizen die ze schoonmaakt. Aan de andere kant spreekt ze bijna liefdevol over het leven dat die huizen laten zien. Ze worstelt met de wetenschap dat al haar werkgevers willen dat ze onzichtbaar is. Terwijl ze zo duidelijk onderdeel is van het huishouden. Zonder haar geen leefbaar huis. Maar als de eigenaar thuiskomt om er te leven, dient de werkster klaar en verdwenen te zijn. Het is dat ik geen interieurverzorg-ster heb anders had ik haar vandaag nog gebeld met de vraag vanavond eens gezellig uitgebreid bij ons te komen eten.
Bokitoproof werd het woord van 2007 en won van andere toppers als slurptaks, comadrinken, lokhomo en klimaatneutraal. Een koud kunstje. Bokitoproof is het enige woord waarbij weinig personen zich direct in het kruis getast voelen. Geen gefrustreerde PC Hooft-traktoreigenaren, bingedrinkers, homo's of klimaatfreaks die protest aantekenen. Slechts een mevrouw kan licht balen, maar zij zegt de zilverruggorilla nog steeds als haar lieveling te zien.
En alhoewel het woord leuk klinkt, is het van betekenis nogal leeg. Met als definitie 'bestand zijn tegen Bokito en daarmee uitbraakbestendig' blijkt direct de onzin van zijn toevoeging tot onze taal. Alleen voor de behuizing van Bokito zelf is het woord handig. Alle andere toepassingen zullen nooit aangetoond worden. Tenzij zijn verblijf in Blijdorp niet zo Bokitoproof blijkt en hij op weg naar wellicht Artis langs Leiden komt en mijn voordeur wel bestand blijkt. Dan, ja dan, kunnen we spreken van een bredere toepassing: Het Taallokaal is Bokitoproof.
Sommige woorden verbazen me. Poeremetator of goeiemoggel niet: iedereen weet ondertussen wel wat ermee bedoeld wordt. Maar gaat jouw belletje rinkelen bij het simpel klinkende woord de veiligheidsdraad? Wordt het soms gebruikt door vissers bij het uit het water takelen van een te zware snoekbaars? Of houdt het skiërs tegen aan de rand van een piste, vlak voor het ravijn?
Nee, het blijkt de metalen draad die door een bankbiljet loopt. Samen met het watermerk en de hologrambaan is deze draad een middel om namaak moeilijk te maken. Daar zou ik nou nooit op gekomen zijn.